Geschiedenis van muziekvereniging Woldhoorn
Het was in de jaren van de tweede wereldoorlog, toen er in de Tolberter dorpsver. “Oldebert werd gesproken over het oprichten van een muziekkorps. Maar aangezien Nederland bezet was, was dit onmogelijk, en bovendien moest er veel geld op de plank komen. Daardoor werd dit eerst uitgesteld.
Toen in Mei 1945 Nederland was bevrijd, werd er in Tolbert groot feest gevierd, maar zonder een fanfarekorps, die had Tolbert immers niet. Ongeveer september 1945 moest in heel Nederland al het geld ingeleverd worden. Eén van de bestuursleden van “Oldebert” bracht toen naar voren, dat dit het moment was om aan geld te komen voor het oprichten van een fanfarekorps. Alle andere bestuursleden waren het daar mee eens. Er is toen direct werk van gemaakt. Er werd bij de gemeente Leek vergunning aangevraagd voor intekenlijsten. Dit ging zeer spoedig, en moest in één week gebeuren. Alles verliep naar wens. De Tolberter bevolking tekenden allemaal heel gul. Iedereen had toen wel zwart geld en dat konden ze nu goed besteden.
Toen de penningmeester alles opgeteld had(je kon het haast niet geloven) was er bijna 3400 gulden geschonken. Dat was in die tijd een heleboel geld. Dit geld kwam in de kas van de penningmeester van “Oldebert”.
Intussen was het al eind 1946, en er werd maar niets gehoord van dit geld wat ingeleverd was. Toen heeft de secretaris van “Oldebert” naar de inspecteur van belastingen geschreven, wanneer “Oldebert”over dat geld kon beschikken.
Ze kregen na een tijd bericht terug van de inspectie, met de mededeling dat deze de intekenlijsten ter inzage wou hebben. Gelukkig waren die lijsten er nog, en ze zijn direct opgestuurd naar de inspecteur.
Intussen was het reeds in de nazomer van 1947, toen het bericht kwam dat het geld was vrijgegeven.
Daarna heeft het bestuur van “Oldebert”contact opgenomen met instrumentenmaker “Kesler” te Eindhoven. Er was een bestuurslid die verstand had van instrumenten. Dit was Dhr.Werkhoven. Er werd dan ook van alles besteld.
Alten, Tuba’s, Trombones, Bugels, Cornets, Baritons, 1 grote trom, 1 kleine trom, en 1 Es Bas. In totaal 18 stuks. De kosten waren negen en twintig honderd gulden. Dus er bleef nog geld over van wat er was opgelopen.
Het was reeds 1948 toen Dhr.Werkhoven om informatie vroeg aan de fa.”Kesler” wanneer de instrumenten klaar waren. Zodra ze klaar waren werden ze verstuurd kreeg Werkhoven als antwoord. Dit was ongeveer Mei/Juni. op de Es bas na, die kwam een paar maanden later.
De muziekinstrumenten werden uitgestald in de winkel van K.Lieuwes (nu garagehouder).
Daar kon iedereen ze bezichtigen. Ze waren allemaal vernikkeld.
Intussen had het bestuur van “Oldebert”een advertentie geplaatst in de “Leekster Courant”voor het werven van leden. Ze konden zich opgeven bij cafe-rest. “De Postwagen”, W.T.Brandsma, of bij één van de bestuursleden van “Oldedbert”. Het liep geen storm, maar er melden zich toch enige leden.
Toen er ongeveer 18 muziekanten zich hadden aangemeld konden ze beginnen.
Eerst heeft Dhr.Werkhoven iets verteld over de muziekinstrumenten en over het schoonmaken van de ventielen, één voor één moesten ze schoongemaakt worden.
Door meester Sikkema werd een paar weken les gegeven in het lezen van muzieknoten, want niemand kon noten lezen.
Dhr.Werkhoven deelde de instrumenten uit. Men werd gekeurd op de dikte van de lippen en van daaruit werd een instrument toegewezen. (Grote lippen een groot instrument en kleine lippen een klein instrument). Zo is dat een poosje doorgegaan, met Werkhoven als dirigent.
Het was Oktober 1948 toen Werkhoven zei, jullie moeten een bestuur samenstellen uit de muziekleden.
De leden waren:
H.Ottema.- O.de Jong.- J.Hut.- J.van Hoorn.- H.van der Velde.- D.Rozema.- F.Venema.- B.van der Velde.- J.Cazemier.- R.Akker.- J.Hummel.- W.Kooiker(sr).- C.Sikkema.- L.van Slooten.- P.Bandringa.-
W.Jager.- H.Jager.- en W. Veenstra.
Door deze leden werd een bestuur gekozen als volgt:
J.Hummel (voorzitter)
B.van der Velde (secretaris)
L.van Slooten (penningmeester)
P.Bandringa
F.Venema
Dhr.Werkhoven had een nogal druk bestaan, en liet dan ook weten te willen stoppen als dirigent. Het bestuur van “Woldhoorn”is toen op zoek gegaan naar een andere dirigent en dat werd Dhr.van Dellen uit Niebert.
Alhoewel de muziekvereniging nu een feit was, had deze nog steeds geen naam.
Er is toen een advertentie in de krant geplaatst voor het inzenden van een geschikte naam.
Er zijn toen 5 namen ingezonden, waar uiteindelijk “Woldhoorn” werd uitgekozen. Deze werd bedacht door Dhr.Veeze (toen eigenaar van Cafe “de Postwagen”)
Op Donderdagavond werd er gerepeteerd, en toen op 6 november kwam het bestuur van dorpsver. “Oldebert”op de repetitie, en heeft de voorzitter alle instrumenten en het geld overgedragen aan het bestuur van “Woldhoorn”. onder voorwaarde dat als de muz.ver. opgeheven zou worden, alle bezittingen terug vallen naar dorpsver. “Oldebert”.
Dirigent van Dellen had de wind er goed onder, er moest veel gerepeteerd worden, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen.
Het eerste optreden was in Mei 1949 waar een serenade aan het echtpaar van Slooten (de ouders van L.van Slooten) werd gegeven ter ere van hun 55 jarig huwelijksfeest. Dit was groot feest.
Ongeveer begin augustus liet Dhr. van Dellen weten er mee te willen stoppen, het werd te druk, temeer omdat hij ook nog een paar zangverenigingen had.
Dus ging het bestuur op zoek naar een nieuwe dirigent, en dat werd Dhr Tingen uit Groningen.
Onder leiding van Dhr.Tingen werden de puntjes op de i gezet. In november 1950 was er een muziekconcours in Leek, en daar wou de dirigent naar toe. Dus er moest gewerkt worden. Men kwam uit in de vierde afdeling. Er werd een derde prijs behaald met 93 punten. Net met de hakken over de sloot, want beneden de 90 punten geen prijs. Hij heeft dan ook de vereniging van de laagste afdeling naar de één na hoogste afdeling gebracht (ere afd.) Toen Dhr.Tingen het pensioen gerechtigde leeftijd had bereikt heeft hij “Woldhoorn” verlaten.
Hij werd bedankt voor het vele werk dat hij had verricht en kreeg als afscheidscadeau een armbandhorloge (hij droeg nog steeds een vestzakhorloge).
Leerling muzikanten werden opgeleid door Dhr.L.van Slooten en later ook door Dhr.F.Venema. (beiden leden van “Woldhoorn”).
In de eerste 10 jaren was de muziekvereniging reeds opgeklommen naar een behoorlijk niveau, en er werd gesproken om er een drumband aan toe te voegen. Dat ging niet zo gemakkelijk aangezien de meeste leden hier niet voor waren. Men was bang muziekleden te verliezen. Het heeft dan ook één a anderhalf jaar geduurd eer dit in orde was.
Instructeur van de drumband werd Dhr.de Vries uit Roden. Een repetitie gelegenheid te vinden was niet zo eenvoudig, maar in Tolbert kan alles. Kees en Lamke Sappema stelden een lokaaltje beschikbaar in de boerderij waar ze toen woonden. De leden kregen allemaal een plankje met 2 stokken, waar ze hun kunsten op moesten vertonen.
Kees en Lamke waren heel gul voor de drummers, want tijdens de repetitie kregen ze koffie en die was altijd gratis.
Kees en Lamke hebben ook gezorgd voor de eerste trommen, deze werden gemaakt van kaasvaatjes afkomstig van de zuivelfabriek. Toen men het drummen een beetje redelijk onder de knie had, werden er omstreeks mei 1960 nieuwe trommen gekocht bij de fa.”van der Glas”te Heerenveen. Er moest veel gerepeteerd worden, want trommelen en lopen was niet gemakkelijk.
In november 1960 was één van de muziekleden 25 jaar getrouwd, en daar heeft de drumband zijn eerste serenade gebracht.
Enkele jaren later is er een majorettegroep aan toegevoegd, waardoor het ledental 150-160 bedroeg.
De leden die zich bij de oprichting van de drumband hadden aangemeld waren:
Jan Bandringa, Hendrik Veenstra, Hillie Groeneveld, Jan-Berend Bandringa, Alie
Huberts, Jilling Sappema, Douwe van der Velde, Koen van Zonneveld, Geert
Rozema, Henk Turksema, Harm Westerhof, Hendrik Koenes, - Lammert
Sinninghe, en Albert Berends.